In een recente Kamerbief met betrekking tot de SDE+ 2018 stelt minister Wiebes van Economische Zaken en Klimaat dat hij beter in kaart wil laten brengen in hoeverre de beschikbaarheid van lokaal beschikbaar snoei- en dunningshout op dit moment beperkend is voor stadsverwarmingsprojecten en/of andere energieprojecten. Initiatiefnemers van nieuwe energieprojecten stellen namelijk dat de regionale beschikbaarheid van houtchips en verse houtshreds een risico vormt voor de realisatie van deze projecten. Zij baseren zich hierbij aan de vraagkant op een vergelijking tussen de bestaande vraag vanuit operationele biomassacentrales en alle projecten die wel al een SDE+ toekenning hebben ontvangen, maar nog niet zijn gebouwd. Voor het aanbod van houtchips en vers houtshreds baseren ze zich op de publicatie van Probos waarin de houtige biomassamarkt van 1 Mton in Nederland in 2014 wordt beschreven . De gecombineerde huidige en toekomstige vraag overstijgen dit marktvolume aanzienlijk. In een meer recent artikel heeft Probos het marktvolume vastgesteld op 1,2 Mton.

Voor het maken van een goede vergelijking tussen de potentiële vraag en het potentiële aanbod van houtige biomassa is het nodig dat er actuele informatie beschikbaar is gebaseerd op recente inzichten qua marktontwikkelingen (ook buitenland), oogstbaarheid en het op lange termijn duurzaam beschikbaar potentieel.
De reeds bestaande en potentiële vraag voor energietoepassing zal door RVO in beeld worden gebracht.
De potentiële duurzame beschikbaarheid wordt in een separaat project op basis van nieuwe inzichten door Borgman Beheer Advies in samenwerking met Probos in kaart gebracht. Tevens dienen de actuele en verwachte economische ontwikkelingen en de effecten van doelstellingen binnen recent geformuleerd beleid of -programma’s en initiatieven, zoals het Actieplan Bos en Hout, het Regeerakkoord en ontwikkelingen richting een Circulaire Economie te worden genomen in de toekomstvoorspellingen.

Het doel van dit project is het geven van een onderbouwd hernieuwd inzicht in het houtige verse biomassapotentieel in Nederland voor de jaren 2030 en 2050 in relatie tot te verwachten ontwikkelingen en de toekomstige vraag naar houtige verse biomassa voor energie en producten in Nederland. Er zal duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen het theoretische en het realistische potentieel. Waar relevant zullen ook importmogelijkheden vanuit het buitenland worden geëtaleerd. Daarbij wordt een bandbreedte aangegeven ten aanzien van de prijs in relatie tot de verwachte marktontwikkelingen. Het potentieel wordt voor de nader te benoemen marktsegmenten onderscheiden en wordt uitgedrukt in tonnen vers, tonnen droge stof en in PJ.

Informatie

uitvoerder(s): Jan Oldenburger, Martijn Boosten en Jasprina Kremers
opdrachtgever(s): RVO
periode van uitvoering: 2018

Tags