11 januari 2006

EYE-OPENERS OP SYMPOSIUM ‘BOS EN KYOTO’
Het KNBV symposium ‘Bos en Kyoto’ stond kort na de jaarwisseling gepland. Toch was dit voor 70 mensen geen beletsel om te komen. De zaal van Kasteel Groeneveld in Baarn zat dan ook lekker vol.

De belangrijkste reden voor het bestuur van de KNBV om dit symposium te organiseren was dat iedereen weet dat het Kyoto-protocol in werking is getreden sinds Rusland het Kyoto-protocol in oktober 2004 heeft geratificeerd. Met de toetreding van Rusland was de benodigde 55% van de landen en uitstoot behaald en trad het Kyoyo-protocol formeel woensdag 16 februari 2005 in werking.
Veel mensen en zeker bosbouwers weten dat nieuwe bosaanleg genoemd is als middel om CO2 vast te leggen, maar slechts weinigen weten wat nu precies de mogelijkheden zijn die het Kyoto-protocol biedt voor de bossector, zowel in Nederland als daarbuiten. Het bestuur vond het dus hoog tijd om een aantal deskundigen aan het woord te laten om dit eens uit de doeken te doen. Gelukkig sloten het Nationaal Groenfonds en het ministerie van LNV zich hier bij aan, waardoor het ook financieel mogelijk werd.

Kansen voor de bossector
De eerste spreker was Edwin Koekkoek van het ministerie van VROM. Zijn rol was om iedereen even mee terug te nemen in de tijd om de voorgeschiedenis door te nemen. En dat was nodig, want sinds de klimaatbijeenkomst van Rio de Janeiro in 1992 tot de inwerkingtreding van het Kyoto-protocol is nogal wat gebeurt. In de laatste klimaatbijeenkomst van Montreal in 2005 is uiteraard stilgestaan bij de werking van het Kyoto-protocol, maar is ook vooruit gekeken naar het klimaatbeleid na 2012. Edwin heeft een beeld geschetst van de uitkomsten van deze top en de positie van Nederland daarin.
Deze presentatie was de opstap voor Bas Clabbers van het ministerie van LNV die specifiek inging op de rol van bossen en bosbouw in het Kyoto-protocol. De centrale vraag hierbij was welke kansen het Kyoto-protocol biedt voor de bossector. Wat al snel duidelijk werd is dat de kansen vooral in het buitenland liggen en niet zozeer in Nederland. In artikel 3.4 van het Kyoto-protocol staat weliswaar dat industrielanden de mogelijkheid hebben om bosbeheer mee te laten tellen, maar deze optie heeft de Nederlandse overheid laten vallen. Het kabinet heeft dit besloten omdat de 0,04 megaton CO2 die Nederland op deze manier mag verrekenen volgens hen niet opweegt tegen de extra kosten van monitoring. Grote boslanden als bijvoorbeeld Finland hebben trouwens ook besloten om hun bosbeheer niet mee te nemen en ook andere landen, waaronder Duitsland twijfelen. De conclusie dat het geen vetpot is laat zich snel trekken. Zelfs als Nederland ervoor had gekozen bosbeheer wel mee te laten tellen, hadden boseigenaren daar waarschijnlijk geen profijt van gehad.

Boscertificaten
Bosaanleg telt verplicht mee binnen het Kyoto-protocol. Nu kunnen Nederlandse bebossers al enige jaren een bijdrage krijgen voor de CO2-vastlegging van hun nieuwe bossen via de Boscertificaten van het Nationaal Groenfonds. Het Nationaal Groenfonds verwerft voor deze bijdrage de CO2-vastlegging in het nieuwe bos. De derde spreker op het symposium, Ivo Rooze van het Nationaal Groenfonds, liet weten dat zij de verworven CO2 bij voorkeur willen verhandelen via de zogenaamde verplichte emissiehandel binnen Europa. De reden hiervoor is dat de prijzen voor CO2 in deze verplichte emissiehandel hoger liggen dan bij vrijwillige handel. De huidige prijs van een ton CO2 in de verplichte emissiehandel liggen nu boven de 20 euro en in de vrijwillige emissiehandel op 10-15 euro. En dat eerste bedrag is precies wat het Nationaal Groenfonds nodig heeft voor een blijvende financiering, en dus stimulering, van nieuwe bosaanleg in Nederland. Nu maakt CO2 uit nieuw bos nog geen deel uit van de verplichte emissiehandel. Het Nationaal Groenfonds riep de overheid dan ook op om dit mogelijk te maken, want alleen zo kan Nederland blijven profiteren van de kansen die Kyoto biedt voor de gewenste uitbreiding van ons bosareaal.
Bosaanleg in het buitenland kan vallen onder het zogenaamde Clean Development Mechanism (CDM). Hierdoor kan een land als Nederland haar Kyoto-afspraken nakomen door elders bossen aan te leggen. Deze bossen moeten wel aan strenge regels voldoen. Stichting Face heeft vanuit Nederland al vele tienduizenden hectares bos aangelegd in bijvoorbeeld Uganda en Ecuador, onder andere voor Pricewaterhouse Coopers (PWC).Hans Schoolderman van PWC vertelde de deelnemers over het creatieve systeem dat zij hebben ontwikkeld om hun consultants aan te zetten tot het kopen van energiezuinige lease-auto’s en zuinig rijgedrag. De CO2-uitstoot van de zakelijk gereden kilometers wordt gecompenseerd door de aankoop van CO2 van Business for Climate. Eén van de conclusies van het introduceren van dit systeem was dat je af moet blijven van de lease-auto van een consultant. Ondanks de goede bedoelingen van het systeem kwam er een golf van kritiek op het systeem. Maar PWC is hiermee wel één van de voorlopers geworden als het gaat om het compenseren van CO2-uitstoot door bosaanleg, want tijdens de voorbereiding van dit symposium bleken slechts een zeer beperkt aantal bedrijven hier mee bezig te zijn. Tot dusverre was dit ook op vrijwillige basis, maar daar zal nu naar verwachting in snel tempo een eind aan komen. De vraag blijft dan wel of het Nederlandse bos daar van zal profiteren, maar zoals het er nu naar uit ziet het buitenlandse bos zeker wel.

Patrick Jansen

Tags